Bewogen door de Geest

Als we kijken naar de klassieke liturgie in het bijzonder naar de eucharistie zien we veel meer beweging dan we over het algemeen in de praktijk meemaken. De klassieke eucharistie wordt onder andere gestructureerd door drie grote bewegingen van achteren naar voren, van buiten naar binnen.

Intredeprocessie

In het begin van de viering komt een aantal van de deelnemers aan de viering naar voren. Als deze processie wordt gehouden zijn het vaak de acolieten/misdienaars, de lector (de diaken) en de priester die er aan meedoen. Kruis en lectionarium worden feestelijk binnengebracht en ondertussen klinkt een gezang. Er zijn vormen denkbaar waarin ook de cantorij en zelfs alle gelovigen in processie binnengaan.
(Zo gaan in veel kerken met Pasen, na het aansteken en zegenen van het vuur buiten, het ontsteken van de paaskaars en het doorgeven van het licht, allen samen naar binnen. Die beweging van het naar binnengaan van heel de gemeenschap kan misschien vaker gemaakt worden.)
Op dat moment maak je duidelijk dat je je met lijf en leden, hart en ziel inzet. Overigens doe je dat ook al op een minder uitdrukkelijke manier door te gaan staan, wanneer de voorgangers binnenkomen en door te delen in de zang, door je adem met elkaar te delen.
Dit ritueel met de geschikte muziek (vanouds de introïtus waarvan in de liturgische boeken staat: de psalm wordt zolang gezongen tot de voorgangers bij het altaar zijn aangekomen, dat is dus functioneel liturgische muziek), kan leiden tot de juiste toewijding en ervaren betrokkenheid. De processie wordt afgesloten met gebed en we staan dan nog steeds; vanaf de binnenkomst tot en met het openingsgebed. (Dan moet de inleiding wel heel kort zijn en niet de eerste preek)

De offerande

De offerandegang is ook een processie van buiten naar binnen. Elementen zijn collecte, onze gaven, de vruchten van de aarde die we toewijden aan God. We hebben ze ontvangen, we geven ze terug. Als het gaat om beweging is het een beweging van boven naar beneden (we hebben alles ontvangen van God),van beneden naar boven (we geven het terug, dragen het op, wijden het toe) en weer van boven naar beneden (en ontvangen het weer als de communie). Ook deze processie wordt afgesloten met een gebed.

De collecte als zelfgave

De collecte is het verzamelen van de gaven. Wanneer we iets geven, schenken wij wat van onszelf, sterker nog we geven onszelf. Je kunt zo’n collecte banaliseren door ermee om te gaan alsof het de entreeprijs voor de voorstelling is. Je kunt de collecte ook banaliseren door haar louter te bestemmen voor de eigen parochie/gemeente. In de collecte delen de gelovigen in het aanbrengen van de gaven, waaruit brood en wijn apart worden genomen en die na de viering door de diakenen worden verdeeld onder de afwezigen. Geld en goederen worden verdeeld onder de weduwen en wezen en behoeftigen. Zo beschrijft Justinus in zijn eerste apologie de liturgie halverwege de tweede eeuw. De tweede grote processie is het aanbrengen van de gaven, de offerande zang, vanouds het offertorium begeleidt deze gang.

De gaven als toewijding

Steeds vaker zie ik dat de gaven van brood en wijn bij de ingang van de kerk staan, je komt er langs wanneer je binnenkomt. Ze staan op de grens tussen buiten en binnen, ze zijn beeld van onze gaven die we mee hebben genomen en worden met de collecte mee naar voren gebracht, in processie onder gezang.
Er zijn andere wijzen om de collecte vorm te geven. Op de zondag van het penningske van de weduwe brachten de aanwezigen hun gaven naar voren en deponeerden ze in een bus die voor het altaar stond. Daarmee wordt je offergang een bewustere act en weet je misschien ook een volgende keer weer wat dat betekent, de collecte.

De communiegang

In de derde processie gaan de gelovigen ter communie. Ze ontvangen wat ze gegeven hebben, het brood, de hostie. Maar dat klopt niet, het is meer dan dat, het grote dankgebed is erover uitgesproken, we ontvangen het lichaam van Christus. Thomas van Aquino zingt al: tasten, zien en smaken schieten toch tekort.

Ontvangen wat we hebben gegeven, worden wat we ontvangen

Augustinus verbindt twee betekenissen van het rijke beeld van het lichaam van Christus. Een eerste betekenis is die van het heilige brood, een tweede betekenis is de verzameling van ledematen. De gelovigen zijn die ledematen en vormen samen het lichaam van Christus in deze wereld.

De wijze van communiceren

Op welke wijze ontvangen de gelovigen brood en wijn in viering? De huidige rooms-katholieke wijze is dat de gelovigen in een rij gaan staan en dat de voorganger en/of de communieassistenten het brood (en de beker) uitdelen. Deze vorm van de communiegang doet eerder denken aan de gang naar een afhaalcentrum dan aan een gezamenlijke maaltijd; deze vorm van de communiegang associeer je eerder met persoonlijk heil dan met het delen in één lichaam. Wanneer we ons realiseren dat het een processie is en niet een individuele gang, dan zullen we gaan zoeken naar een passende processiezang, naar een psalm (de klassieke communio) of naar een andere vorm waarin de processiegangers een kort refrein kunnen mee zingen.
Er zijn natuurlijk alternatieven. Binnen sommige protestantse kringen is men gewend aan tafels te gaan zitten en zo brood en beker tot zich te nemen. Vroeger gingen de gelovigen ook naar voren en knielden in ploegen in de communiebanken om de communie (communis betekent gemeenschappelijk) te ontvangen. Zo kreeg het gezamenlijke element gestalte. In een andere vorm die mogelijk is in kleinere groepen, verzamelt men zich in het begin van de dienst van de tafel (of later bij het begin van de communieritus) om het altaar/de tafel en gaan brood en beker rond. Daarbij reikt soms de een de ander brood en beker toe, soms neemt ieder zelf en soms gaat de voorganger de kring rond. Wanneer je met elkaar over de vormgeving van de communie nadenkt is het goed je te realiseren dat iedere vorm zijn eigen symboliek in zich draagt, en dat je er niet alleen over moet praten, maar het in de concrete ruimte moet doen, moet proberen. En liefst niet een keer maar verschillende malen.